Meteen naar de inhoud

Welke instellingen moet je gebruiken voor straatfotografie?

Straatfotografie vraagt veel tegelijk van jou als fotograaf: als je ‘the decisive moment’ probeert te vangen, moet alles in één split second samenkomen. Op dat beslissende moment moet je compositie kloppen, maar ook je belichting, je scherptediepte en de scherpte van je onderwerp. Om je daarbij te helpen, bespreek ik in deze blog hoe je je camera snel en doeltreffend instelt.

Als je het moment maar vangt

Het maakt eigenlijk geen donder uit wat voor instellingen je gebruikt, als je het moment maar niet mist. Het perfecte moment vangen op de automatische stand is beter dan het moment missen in een handmatige modus.

Welke stand gebruik je voor straatfotografie?

Ik kan je niet vertellen: zet je ISO op 100, je sluitertijd op 1/125 en je diafragma op f/4.0 en je maakt altijd perfecte foto’s. Zo simpel is het niet, maar ik heb wel een heel eenvoudig overzicht voor je. Het gaat allemaal om tijd en controle. Op dit trappetje rechts zie je dat als je in M fotografeert, dat je maximale controle hebt over je beeld, maar dit kost ook heel veel tijd. P en Auto kosten een stuk minder tijd, maar dan heb je ook minimale controle.

Wat mij betreft zijn A en S (AV en TV bij Canon) de gulden middenweg. Je hebt dan genoeg controle om creatieve effecten toe te passen, maar je bent een heel stuk sneller dan in de M.

Hoe gebruik je de A-modus?

De A-modus geeft je controle over je diafragma. Mijn tip: zet je ISO op automatisch en je hoeft alleen je diafragma in te stellen. De sluitertijd en de ISO worden door de camera bepaald. Je diafragma heeft invloed op de scherptediepte van je foto. Onthoud het ezelsbruggetje lager = vager. Hoe lager je diafragmagetal, hoe vager de achtergrond. Met f/1.8 krijg je dus sneller een onscherpe achtergrond dan met f/11 Door in de A-modus te werken, kun je creatief gebruik maken van je scherptediepte. Bij de ene foto wil je je onderwerp scherp en de achtergrond onscherp en bij de andere foto wil je juist dat alles van voor tot achter scherp is.

Straatfoto’s met een onscherpe achtergrond:

Sluitertijd: 1/40 | Diafragma f/1.8 | ISO 200

Sluitertijd: 1/160 | Diafragma f/1.8 | ISO 640

Straatfoto’s die van voor tot achter scherp zijn

Sluitertijd: 1/400 | Diafragma f/7.1 | ISO 200

Sluitertijd: 1/1000 | Diafragma f/5.6 | ISO 200

Hoe gebruik je de S-modus?

De S-modus geeft je controle over je sluitertijd. Zet ook hier je ISO op automatisch. Je hoeft dan alleen na te denken over je sluitertijd. Hiermee heb je invloed op de beweging in je beeld. Met een langere sluitertijd kun je beweging weergeven, terwijl een korte sluitertijd de actie bevriest. Door in de S-modus te werken, kun je creatief gebruik maken van beweging. Bij de ene foto wil je bewust gebruik maken van bewegingsonscherpte en bij de andere foto wil je juist dat je onderwerp niet bewogen is.

Straatfoto’s met bewegingsonscherpte

Sluitertijd: 1/10 | Diafragma f/2.5 | ISO 200

Sluitertijd: 1/25 | Diafragma f/2.2 | ISO 200

Straatfoto’s waar de actie bevroren is

Sluitertijd: 1/800 | Diafragma f/11 | ISO 400

Sluitertijd: 1/8000 | Diafragma f/2.8 | ISO 64

Conclusie

Persoonlijk vind ik de A- en de S-modus de twee meest ideale standen voor straatfotografie. Ik maak verreweg de meeste straatfoto’s in één van deze twee standen. Ik raad je dan ook van harte aan om te experimenteren met deze twee modi, maar onthoud: het moment vangen is belangrijker dan je instellingen.

Workshop straatfotografie

De drempel om te beginnen met straatfotografie kan hoog zijn. Ook is het een bijzonder lastig genre. Daarom organiseer ik regelmatig workshops straatfotografie: ik help je om met meer zelfvertrouwen op straat te fotograferen en geef veel tips en tricks om deze mooie vorm van fotografie beter onder de knie te krijgen.